De groentetuin

Ik had eerst geschreven de moestuin. Maar wat is dat in vredesnaam voor een woord. Moes-tuin. Hoezo moes? Ik heb het opgezocht. Groente werd tot moes gekookt, zoiets. Bah! Groentuin dus maar. Maar hé, in het Frans heet het potager. Daar zit het woord soep in (potage). Daar betekent het dus: tot soep gekookte groente. Ook een soort bah dus. Je snapt het, ik houd niet van tot pap gekookte groente. Sterker nog, ik serveer de groente soms wel wat te rauw. Dat komt voort uit: beter te rauw dan te gaar. Te gare broccoli, die je zo met je tong tegen je verhemelte plat kan drukken, gadver! Maar goed, nu wat over de tuin dus.

Nu was het in de lente en het begin van de zomer een ware crisis in de tuin, (zoals bij zovelen) toch begint het er nu op de lijken. Een beetje laat dat wel. In de kas is er een jungle van tomaten maar pas sinds gisteren, ja-pas-half-augustus, heb ik de eerste 2 tomaatjes kunnen plukken, pfiewww.

Maar wat hebben we al gegeten: boontjes (dikke en dunne), peulen, tuinbonen (een beetje), kapucijners, erwtjes, bietjes, aardappelen, sla, de eerste komkommertjes, nu ja, kromkommertjes eigenlijk en nu is het natuurlijk de tijd van……………jawel de courgette. In grooooote hoeveelheden. Het vergt weer een ware inventiviteit om zoveel mogelijk gerechten te bedenken waar ik die courgettes in kan verwerken, en dan zo, dat ik dan niet na de maaltijd, als ik altijd een ronde in de tuin doe, hoop dat ik geen nieuwe jongens aan de plant zie hangen. Ja hangen, want we hebben vooral klimcourgettes. Énig toch?

Het is nu al weer weken droog en nu zitten we, ha, ha, ja écht, te wachten op een lekker regenbuitje. Maar sinds de slakkentijd doe ik iedere avond een ronde in de tuin. Niet om slakken te vinden dus maar gewoon, omdat alles dan nog mooier is. Ander, rustiger licht, nóg stiller, gewoon fijn.

Dit jaar heb ik ook ‘ns maïs geprobeerd. Na eerst wekenlang eindeloos die kleine zwarte kutslakjes eruit te hebben gevist vind ik het nog altijd ongelooflijk dat het nu heuse planten zijn geworden met zelfs een kolfje erin. Nooit erbij stil gestaan hoe dat eigenlijk groeit zo’n ding. Die komt dus niet boven uit de plant maar ergens aan de zijkant.

Alles staat ’n beetje door elkaar, dat vin ik leuk. Ook bloemen. En de kolen die doen het niet allemaal goed. Palmkool wel. Dat is er ook weer eentje waar ik zo trots op ben, palmkool. Telkens weer vond ik zo’n miniplantje tot aan de grond afgevreten door die tering kleine slakjes weer. Echt tot aan de grond, en verdomd, toch weer maakte die nieuwe blaadjes en nu is ’t ie uitgegroeid tot een ware sterke mooie kool. Respect man, respect! Wat een groeikracht, en zo’n plantje komt echt uit een ieniemieniezaadje, een rond bruin balletje van ongeveer 2 mm doosnede. Geklapt heb ik voor hem, gezongen! Halleluja!

Hieronder zie je trouwens linksonder in de hoek een bloemkooltje, die is niet zo mishandeld geweest weet ik. Je ziet het kooltje net zitten. En die prachtige Afrikaantjes. Ik heb vriendinnen die dat een ouderwets dom plantje vinden maar ik vind em prachtig.

Wild Afrikaantje dus

Van de witte kolen ga ik van de winter zuurkool maken, ik heb er 4. Dat wordt bikkelen voor Arie want die is daar niet heel erg dol op. Ik wel. Rauw, en dan mengen met gestampte aardappel natuurlijk. En mosterd. Ik doe weinig zonder mosterd. Ergens in de coronatijd was er op de 1 of andere manier nergens meer mosterd te krijgen. Was dat in Nederland ook? Een hel vond ik het. Een leven zonder mosterd. Hier in Frankrijk hebben ze ook van die lekkere. Scherp. Moutarde de Dijon. Voor Arie kook ik dan de zuurkool, anders vind ie het écht niet binnen te houden.

Vorig jaar hadden we geen enkele spruit in de tuin, die wilden niet ofzo. Dit jaar wel. Als er geen kudde hazen in de tuin komt, of zwijnen, dan móet het goed komen. En weet je wat ik daar dan vaak van maak? Spruitjessoep. Té lekker. Met taugé, kokosmelk, pindakaas en sambal. Dat is de enige reden waarom ik weleens verlang naar de winter, maar dan ook echt de énige. Mens, de zomer is voor me gevoel net begonnen, en nu is het al bijna september weer. Het wordt alweer vroeg donker. We gaan weer naar de Kerst toe. O God nee.

Hieronder staat Groot Kaasjeskruid, die paarse. En die blauwe is Borage, ofwel komkommerkruid. Ik weet niet wat die laatste met komkommer te maken heeft behalve dat de stelen van beide planten stekelig zijn. Harige stekeltjes eigenlijk. Komkommer heeft gele bloemetjes. Deze 2 bloemen hebben gemeen dat ze steeds zelf in de tuin opkomen. Ik hoef er niks aan de doen. En, ze zitten altijd vol met bijen.

En tot slot de enige zonnebloem die de slakkenpatrouille heeft overleefd. 2 bakken had ik geplant én nog iedere ochtend en avond slakkenvangen en toch…….. Maar het is een beauty geworden, en een held, of heldin.

3 reacties op “De groentetuin”

Geef een reactie op berrybekkers Reactie annuleren