Weer op pad!

Ja mensen, het werd weer ‘ns tijd. Om op pad te gaan. Dit verhaal gaat niet over Le Malcheptel, maar over mij Renée, en mijn pad. Le Chemin de St Guilhem. St Guilhem le Désert is een klein, middeleeuws (verschrikkelijk toeristisch weet ik nu) dorp wat een uur ten noorden van Montpellier ligt in het zuiden van Frankrijk. Ik ben erheen gelopen vanaf Aumont Aubrac. Zoek maar op waar dat ligt als je dat wilt weten, een uur of 2 ten zuiden van Clermont Ferrand ofzo. 259 km heb ik gelopen in 13 dagen. 6600 meter in totaal omhoog en 7000 naar beneden. On-ge-loof-e-lijk voor ’n oud wijf als ik. Mét een kunstheup, ha, ha. Ik wist dat het een uitdaging zou zijn en dat was het ook. Liep ik vorig jaar een andere chemin in september fluitend en zwevend, dit jaar kwam ik mezelf vaker tegen zoals dat heet. Maar man, man was is Frankrijk toch verschrikkelijk mooi en wijds.

Het was een fantastische ervaring. Deze chemin is wat minder bekend en er lopen dus minder mensen. Ik heb bijvoorbeeld een etappe gelopen van 27km en toen ben ik nie-mand tegengekomen. Ook geen auto. Wel soms een koe, en soms een vogel. Dat vind ik heerlijk, zo alleen zijn met mezelf. En die stilte is geweldig. Mijn eigen geloop maakt gewoon kabaal. Het wrijven van mijn broekspijpen over elkaar, het geluid van mijn stokken op de grond. Ik stond soms even stil om alleen even NIKS te horen. ECHT HE-LE-MAAL NIKS.

En nu over dat tegenkomen van mezelf. Om zo alleen in de Cevennen te lopen, (dat is een enorm woud), over smalle paadjes, vol met dikke keien, takken, stammen, andere zooi uit het woud en dan ook nog flink naar beneden dat is best wel spannend. Zoekend naar de rood-witte vlaggetjes. Ik voelde me nietig en kwetsbaar. Stel dat ik val op die scherpe keien. Of me enkel verstuik ofzo. Daar dacht ik wel aan. Wolven of zwijnen, daar was ik niet bang voor, die zijn daar ook. Sterker nog, ik ben gek op zwijnen. Maar goed, die smalle, slecht beloopbare paadjes…….ik was een keer aan het eind van de etappe in de Cevennen en wist niet precies hoe lang het nog was. Ik was moe van al dat gedaal tussen de keien en ik wilde niet meer, maar ik moest. Ik dacht aan me man, ik wilde even tegen hem aan leunen. Toen heb ik maar een boom gepakt, een eik, geen van Eijk dus maar eentje die daar een beetje op leek. Dus ik heb die boom omhelst en ben er tegenaan gaan leunen en heb ‘ns flink gehuild…….Het heeft geholpen en ik kon schoon weer verder naar de herberg waar ik zou slapen.

Zo’n pad lopen is eigenlijk precies hetzelfde als leven. Je gaat je pad en je volgt de aanwijzingen die je krijgt. Dat waren nu de rood-witte vlaggetjes en in het leven zijn de aanwijzingen dat wat je voelt wat je moet doen. Soms zie, of voel je de aanwijzingen niet en dan neem je een omweg maar uiteindelijk kom je er toch wel. Met meer moeite misschien. Metpijn misschien of verdriet. Er zijn fijne stukken om te lopen en wat minder fijne. Makkelijke en moeilijke. Prachtige en een beetje meer eentonig. Soms regent het, soms is het warm of zelfs heet. Het leven is ook niet altijd makkelijk of fijn. Maar gelukkig vaak ook weer wel.

Het is ook het niet weten in het leven, waar het heen gaat wat ik soms niet makkelijk vind en ook weer interessant. Het maakt me ook weleens een beetje angstig. Vooral als je nu de situatie in de wereld bekijkt. Het gekke is dat ik tijdens mijn wandelweken natuurlijk ook helemaal niet wist wat mij precies te wachten stond. En van te voren vond ik dat ook best spannend. Maar ondanks dat heb ik het gedaan. Het is best een goed idee vind ik om dingen te doen die spannend zijn en ook een beetje ongemakkelijk voelen. Omdat je wat angst voelt dan is er dus iets mee, je kan er voor kiezen om het te negeren maar ik kies ervoor om het te onderzoeken zeg maar. Het brengt je altijd wat. Het heeft mij gebracht dat ik me sterk voel, ik ben tot best veel in staat. Dat ik me kan aanpassen. Maar vooral dat ik in het gewone leven thuis ook best eens wat meer de dingen mag laten. “Kijk maar eens wat er gebeurt als iets anders gaat dan ik eigenlijk had gewild, zeg ik nu tegen mezelf. Op reis kun je dat toch ook, waarom houd je je hier thuis zo vast aan bepaalde dingen?” Zoals de meesten van jullie wel weten eet ik graag gezonde dingen, biologische dingen. En op reis kon dat niet. Ik heb ook weleens gelunched met een blikje bonen (niet biologische natuurlijk). Gadver, die conservensmaak. En toch was ik er oké mee. Ik denk dat dat ook met angst te maken heeft. Angst voor controleverlies. Misschien wel een onbewuste angst voor de dood want juist dan moet je alles loslaten en ga je heen naar het grote onbekende. Ook al heb ik er al 1000 boeken over gelezen, niemand weet het écht hoe het is.

Ja mensen, het is me wat, wat er allemaal in me omgegaan is. En het is nu echt niet zo dat ik hier in Le Malcheptel het zo druk heb, ruimte zat om te mijmeren maar toch is dat heel anders dan tijdens een meerdaags looptocht.

Deze tocht bestond uit meerdere GR’s dus ik moest vaak ook goed opletten dat ik de goede nam

Ik houd dus van alleen zijn maar ik heb ook fijne mensen ontmoet, bijvoorbeeld iemand op een hete dag op een lang saai stuk zonder schaduw die mij vroeg of ik nog water had. Dat had ik niet maar het was nog maar een uurtje lopen dus ik kan wel zonder zei ik. Maar hij had ergens bij kunnen tappen en had nog zat, dus hij gaf mij water.

Ook in een auberge waar ik de enige! gast was. De vrouw des huizes kookte alleen voor mij en overlegde wat ik wilde omdat ik had aangegeven vegetarisch te zijn. Ze gaf me een heerlijke frisse salade (eindelijk wat verse groente!) en daar een dahl, met linzen dus, en rijst. En nog een stuk bosbessentaart toe. Jemig de pemig. Toen ik de volgende ochtend wegging had ze een rijstsalade voor me gemaakt van de rijst die over was en een piepklein jampotje met dressing erbij gedaan voor de lunch. Omdat ik geen winkels zou tegenkomen onderweg. En ook nog bracht ze me in de auto naar het startpunt van mijn vervolg route. Ik had wat om moeten lopen om bij deze auberge te komen.

In diezelfde auberge waar ik een fijne kamer had, kwam die avond een kudde schapen langs lopen onder mijn raam. Later begreep ik dat die schapen iedere ochtend en avond daar lopen, ’s avonds naar stal, ’s ochtends naar de wei. Vanwege de wolven, ook daar. Dat straatje was dus steeds bezaaid met schapendrollen. Die avond na dat lekkere maal stond ik op mijn sokken voor de deur in de schemering nog even de avondlucht op te snuiven. Er stond een man met een verrekijker naar de bosrand te turen. Hij zag mij staan en gebaarde dat ik moest komen. Ehhhh, op mijn sokken door de stront? Ja dus! Wil je herten zien? Ja, natuurlijk wil ik dat. Er waren er een stuk of 7. Met van die enorme geweien. Cool! Hij bleek dierenfotograaf te zijn en bracht soms uren door in de dageraad of in de avondschemering. Zijn specialisatie was herten. Fijne ontmoeting ook dat. En zo waren er meer. Goed voor mijn frans ook!

Geluid is onontbeerlijk voor bovenstaande video

St Guilhem le Désert

En wie was er in St Guilhem toen ik aankwam? Ja die! Arie! Wij hebben nog samen de nacht doorgebracht in St Guilhem, niet geslapen nee, want het bed was veuls te klein. Dat zijn we niet meer gewend. Op een gegeven moment ben ik met mijn kop aan het voeteneind gaan liggen om meer ruimte te hebben, ha, ha!

En nu weer fijn thuis in Le Malcheptel waar het leven simpel en fijn is.

5 reacties op “Weer op pad!”

  1. Wat heerlijk om te lezen en wat een bikkel ben jij om zo in je eentje dit hele eind te lopen. Maar ook heel inspirerend. Fijn dat je dit met ons wilt delen.

    Like

  2. Lieve Arie en Renée,

    Ik lees trouw de post uit Malcheptel. Geweldig!! Renée, ik vind dat je je verhalen een keertje zou moeten bundelen en uitgeven misschien? Herinneringen aan de tijd dat ik een biologische moestuin had. En nu was je in dat aardige dorp dat Jan en ik ook eens bezochten. Dat was vroeg in het voorjaar en toen was het heel rustig…

    Ik wens jullie nog veel geluk in jullie nieuwe vaderland en ik hoop nog een poos van jouw verhalen te genieten, Renée.

    Hartelijke groeten van Délia

    Like

Geef een reactie op Manon Bak Reactie annuleren